Vlagvertoon
Ik ben best trots op mijn vlag; niet zozeer om haar esthetische waarde, maar vooral om haar herkenbaarheid, wellicht een van de meest herkenbare gemeentevlaggen ter wereld.
Mijn vlag is afgeleid van mijn stadswapen: de rode banen symboliseren het land, de zwarte baan ertussen de Amstel. De drie Andreaskruizen verwijzen naar de heilige Andreas, die arme visser die aan een X-vormig kruis stierf. Erg toepasselijk voor een vissersdorp. Hoewel het ontwerp al eeuwen meegaat, werd het pas op 5 februari 1975 officieel vastgelegd als mijn vlag… dankzij bureaucraten.
Ik zie veel van mijn bewoners wapperen met allerlei vlaggen. Op zich geen probleem; mensen hebben nu eenmaal de neiging zich ‘round the flag’ te scharen in een poging ergens bij te horen. Dat vlagvertoon is over het algemeen onschuldig.
Maar vlaggen hebben soms een heel andere lading: een vlag op de maan, op het dak van de wereld, of op het noordelijkste puntje van de aarde. Op het eerste gezicht lijken ze de bekroning van een daad, een symbool van menselijk doorzettingsvermogen en ambitie. Tegelijkertijd wringt het: is zo’n vlag een gebaar van triomf, van toe-eigening of van provocatie?
De intentie achter een vlag is minstens zo veelzeggend als het doek zelf. Denk aan de Amerikaanse soldaten die hun vlag planten op Iwo Jima: een iconisch beeld en het symbool van de definitieve knak van het Japanse keizerrijk. Mijn eigen vlag heeft de wereldzeeën onveilig gemaakt en Engelse en Spaanse zeelui de stuipen op het lijf gejaagd. Ze wapperde op Fort Amsterdam aan de overkant van de oceaan, onder een zegelspreuk waarvan de precieze bewoording na drie eeuwen zout water niet meer met zekerheid te achterhalen is. Ze werd gehesen boven Batavia, het huidige Jakarta… iets waar men tegenwoordig wijselijk van afziet.
Een vlag ontleent haar betekenis ook aan de plek waar zij wappert. Een eenvoudig stukje stof wordt een wapen, een vorm van intimidatie, provocatie of indoctrinatie. Een vlag van afscheiding, van wij tegen zij, wij zijn beter, wij zijn met meer.
In de vorige eeuw is een eeuwenoud spiritueel symbool verworden tot het ultieme embleem van haat en onverdraagzaamheid. Zwarte vaandels flankeerden neoclassicistische gebouwen als vertoon van pure onderdrukking. Het Westen kent de uitkomst: een bureaucratische vernietiging van de menselijkheid, systematisch als een spoorboekje, dodelijk als de pest die mij ooit trof.
Nu vormt het klamme, broeierige klimaat in mijn straten een vruchtbare voedingsbodem voor een schimmelinfectie van provocatie. Vuige verkrachtersvlaggen worden geheuld over mijn pleinen, menigeen simpatiseert openlijk mee. Onsmakelijke posters ontsieren mijn straten; potsierlijke, terreurverheerlijkende stickers besmeuren mijn portieken. Ik word gekoloniseerd door haat, onverdraagzaamheid en intimidatie. Mijn vrije geest wordt misbruikt voor valse propaganda.
De drie kruisen op mijn wapen worden weleens uitgelegd als een herinnering aan de drie plagen die mij hebben getroffen: het water, het vuur en de pest. Ik vrees dat we binnenkort een vierde kruis moeten toevoegen voor de plaag die mij nu teistert: wijdverbreid antisemitisme.
Terug naar het blog →Over IDF →