Pallieratel
Ik hoor ze weer, niet de droge, houten klepper van vroeger, maar een modern alarm. De Palestijnse vlag, rondgezwaaid als een ratel, vergezeld van het hysteriegekrijs dat de oude waarschuwing heeft vervangen. Ik noem het de Pallieratel. Want de gelijkenis met de middeleeuwse melaatsenratel is te groot om te negeren.
Waarschuwing voor de omgeving
In de middeleeuwen moesten melaatsen de ratel of klepper voortdurend laten klinken zodra zij in de buurt van gezonde mensen kwamen. Het luide, droge geluid was een alarmsignaal. Omstanders wisten: houd afstand, of vlucht. Vandaag vervult de Pallieratel dezelfde functie. Het gekrijs en het zwaaien van de vlag kondigen de nadering aan van een andere vorm van besmetting. Niet van vlees en bloed, maar van een agressieve geestesgesteldheid die zich epidemisch verspreidt. De omgeving wordt gewaarschuwd: hier naderen zij die de ziekte actief willen overdragen.
Religieuze betekenis (onreinheid)
De middeleeuwse ratel had meer dan een medische functie. In de christelijke en bijbelse visie (Leviticus) was melaatsheid een teken van onreinheid, vaak gezien als straf. De zieke moest niet alleen ratelen, maar ook luid “Onrein, onrein!” roepen. Nu klinkt een ander refrein: “Free Palestine.” De hygiëne is veranderd. De ziekte is vooral geestelijk geworden, maar lijkt even besmettelijk. Waar de oude melaatse zijn onreinheid bekende en afstand hield, lijkt deze groep erop uit de onreinheid zo ver mogelijk te verspreiden. De vlag is hun klepper, het geschreeuw hun belijdenis.
Hulpmiddel bij het bedelen
Melaatsen mochten niet werken. Zij werden uit de gemeenschap gestoten en leefden van aalmoezen. Met de ratel trokken zij de aandacht; van veilige afstand werd voedsel of geld in de bedelnap of mand geworpen. De moderne variant werkt vaak evenmin uit keuze. Zij profiteren van de verzorgingsstaat en vullen hun inkomen aan met deelname aan haatmarsen. Tegelijkertijd is de Pallieratel een verdienmodel geworden voor corrupte NGO’s en valse liefdadigheidsinstellingen. Zij bedelen om steun, niet voor brood, maar om een anti-Israël-agenda en in sommige gevallen terreur te financieren. De bedelnap is digitaal geworden.
Het welkomstpakket van de levende dode
Wanneer in de middeleeuwen melaatsheid officieel was vastgesteld, volgde een kerkelijke ceremonie. De zieke werd symbolisch doodverklaard voor de wereld; de “levende dode”. Hij of zij kreeg een standaarduitrusting mee om buiten de stadsmuren te overleven:
Een Lazaruskleed of zwarte mantel met kap → nu de keffiyeh, zware zonnebril en andere gezichtsbedekkende kleding. Handschoenen (om niets rechtstreeks aan te raken) → nu een hardnekkige angst voor de realiteit en elk contact met feiten. Een bedelnap of rieten mand → nu de donatiepagina voor schimmige doelen. De ratel of klepper → de Pallieratel, de vlag die het alarmsignaal geeft.
Mijn Dam is inmiddels het epicentrum van deze uitbraak. Het welkomstpakket is niet meer bedoeld om buiten de muren te overleven, maar om in mijn centrum te blijven.
Sporen in onze taal
De geschiedenis van de leprozenklepper is nooit helemaal verdwenen. Het woord klaploper, tegenwoordig een profiteur, iemand die op andermans kosten leeft, komt rechtstreeks van de melaatse die “met de klap” of “op de klap” liep. De klepper heette in het Middelnederlands klapspaen of kortweg klap. “Metter clappe gaen” betekende bedelen als een leproos.
De taal onthoudt wat de straat soms vergeet. De ratel is terug. Alleen het materiaal is veranderd.