Schoon beginnen
Ik vervuil mezelf al eeuwen en reinig mezelf evenzo, een cyclus die niets met tegenstellingen te maken heeft; mijn eigen stofwisseling.
Iedere generatie die hier woont, laat iets achter: een sigarettenpeuk, een kanaal vol fietsen, een gedachte die niet meer klopte. En iedere generatie ruimt ook iets op. De vraag is nooit of er vuil ligt. De vraag is wie het ziet liggen, en of diegene zich nog verantwoordelijk voelt.
Nestvervuiling
Er bestaat een simpele spiraal, en ik heb hem duizend keer zien draaien. Een buurt raakt vervuild. De bewoners voelen zich er slechter door; minder gezien, minder gewaardeerd, vervreemd van hun omgeving. En wie zich minder eigenaar voelt, gooit makkelijker zijn troep op de grond. Vervuiling fokt vervuiling. Nestvervuiling, noemen biologen het bij vogels die in hun eigen nest poepen; bij mensen heet het gewoon onverschilligheid. En die is besmettelijker dan wat ook.
Verschoning begint niet met alleen een bezem. Verschoning begint als mentale staat: als een besluit om niet langer mee te doen aan de vervuiling. Ook niet aan de onzichtbare soort. Desinformatie is net zo’n zwerfafval: het waait aan, het blijft plakken, en niemand voelt zich verantwoordelijk voor het opruimen ervan. Een schone geest verlangt naar een schone omgeving. Andersom werkt het net zo goed.
Gebroken Ruiten
De Gebroken Ruiten‑theorie, in de jaren tachtig geformuleerd door de Amerikaanse criminologen James Q. Wilson en George L. Kelling, stelt dat één kapotte ruit die niet wordt gerepareerd, een uitnodiging is voor de volgende. Verval roept verval op.
Mijn Bijlmer was ontworpen als socialistische utopie: hexagonale bouwblokken, een strikte verhouding tussen groen en beton, een stedenbouwkundig ideaal waarin iedere bewoner evenveel licht en lucht zou krijgen. Een eerlijke ambitie, maar een plattegrond is geen garantie. Te kleine, stinkende, met ongedierte bevolkte vuilnisverzamelplekken werden no-go-gebieden. Vervolgens werden vuilniszakken maar over balkonhekken gedumpt, takken werden ermee versierd, waterpartijen die in vervuilde moerassen veranderden. De cyclus was begonnen. Een woonwijk die was ontworpen om de menselijke maat te bewaren, verloor haar bewoners aan precies dat wat de plattegrond niet kon voorspellen: gedrag.
De Bijlmer is ondertussen grotendeels veranderd door ingrijpende herstructurering en nieuwbouw, maar dat verval verval oproept was daar lange tijd overal zichtbaar.
Poetslap
Donderdag klonk er warme zang op de Dam. Duizenden Nederlandse christenen, met bussen uit het hele land aangevoerd, stonden er, net als het jaar ervoor (hartverwarmend), voor het Joodse volk. Sprekers als Chris Stoffer en opperrabbijn Binyomin Jacobs vroegen om verbondenheid. Er werd een immense vlag uitgerold, er klonk Hatikva over mijn kasseien, en ik voelde, heus, ik voel dat soort dingen, iets van saamhorigheid dat niet vaak genoeg voorkomt.
En toen tijdens de speech van Shanna Vink-Meijer, boven het plein, aan de gevel van het H&M-pand: een verkrachtersvlag. Precies op het moment dat mijn hart openlag. Voor mij hoort zo’n gebaar, op zo’n moment, thuis in dezelfde categorie als de vuilniszak over de Bijlmerreling: hetzelfde gemak waarmee iemand zijn onvrede over het balkon dumpt…
Maar zoals een rode lap op een stier werkt, dook de menigte op het doek af. Ze scheurden het van de gevel en sleurden het naar beneden, zodat het als poetslap over mijn kasseien kon worden geveegd, voordat het uiteindelijk werd afgevoerd naar de vuilverwerking. Opgeruimd staat netjes, en het geeft toch een bevredigend gevoel.
Een schone stad begint bij jezelf
De volgende ochtend, vrijdag, kleurden tienduizenden rode hesjes mijn straten. Amsterdam Cleanup Day, vijfde editie, aftrap in Zuid, tienduizend deelnemers als doel: scholieren, buurtbewoners, bedrijven, allemaal met een prikstok de straat op. Sigarettenpeuken, verwaaid plastic, nonchalant gedumpt afval, massaal opgeraapt, plein voor plein, steegje voor steegje.
Geen toespraken deze keer. Gewoon geroezemoes, gezang, een enthousiaste kreet als er weer een vuilniszak vol zat. Schone straten, blije gezichten, saamhorigheid die zich niet aan één kant hoefde te bewijzen.
Twee dagen, twee gebaren met een vlag of een prikstok in de hand. Ik heb ze allebei gedragen. Een schone stad begint bij jezelf, de rest is stofwisseling.
Mensch sana in corpore sano.