Wolf Is Lam

De wolf

Over goedgelovigheid, de wolf en de mens.

Amsterdam

Het stadsdier en zijn natuur

Mijn natuur is steen en gracht en neonlicht en het geruis van fietsbanden op klinkers. Mijn bewoners zijn stadsdieren, het meest volledig gedomesticeerde wezen dat de evolutie heeft voortgebracht. Ze leven en dromen achter hun gevels, de werkelijke natuur zijn ze allang vergeten.

Geen verwijt, een constatering. Onze gecultiveerde ‘natuur’, met haar fietspaden, hekken en inhuurschapen als landschapsbeheer, is immers geen natuur. Het is een aangeharkte tuin. Een tuin met de pretentie van een wildernis.

En een wolf past niet in een tuin. Niet zonder consequenties. Niet zonder bloed.

De boer die dat zegt, wordt weggewuifd als bekrompen.
Maar hij staat om vijf uur ‘s ochtends in het veld.
Hij ziet wat er van een schaap overblijft.
Hij leeft niet achter een gevel.
Hij heeft geen tijd voor nobele wilden.

Het geweten met het grote ego

Ik ken dit patroon van de gelovige zonder god, de activist die zijn morele theorie boven de praktijk plaatst. Het grote geweten met het nog grotere ego.

Voor hen is de wolf geen dier. Hij is een argument. Hij bewijst herstel, ongetemde wereld, het falen van de beschaving die hem ooit heeft verdreven. De wolf fungeert als gewetensbewijs, als aflaat voor de zonde van het stadsleven — en wie dat betwist, betwist niet een feit maar een geloof.

Feiten helpen hier niet. Statistieken over schadengevallen worden weggezet als boerenpropaganda. Biologen die nuanceren worden verdacht van partijdigheid. De wetenschap mag meepraten, zolang zij de juiste conclusie trekt. Dit is geen natuurbescherming meer. Het is een religie met een pels.

De wolf zelf heeft hier geen stem in. Hij weet niet dat hij de natuur vertegenwoordigt in een idyllische droom waarin mens en natuur één zijn. Hij is wat hij altijd is geweest: een roofdier dat overleeft. Dat jaagt. Dat vreet. Dat zijn territorium uitbreidt zolang dat kan.

Het is niet zijn schuld dat wij hem iets anders hebben gemaakt.

Roodkapje herzien

In het klassieke sprookje is de wolf de gevaarlijke verleider en verslinder, en Roodkapje het naïeve meisje. In de moderne, stadsverse vertolking slaat de ijdelheid door naar het onzinnige.

Roodkapje draagt nu een nikab, heilig overtuigd dat dit kledingstuk haar onschendbaar maakt voor het roofdier. Ze zet de hekken wijd open en brengt de wolf ten toneel als een nobele wilde, een Rousseau-achtig wezen dat slechts slecht wordt door de beschaving die hem miskent. Zijn ware, verslindende aard wordt geminimaliseerd tot een misverstand. Zijn instinct beschouwt ze als iets dat domweg verholpen kan worden, mits ze hem tegemoetkomt met eindeloze acceptatie en blinde onderwerping.

De werkelijkheid is minder elegant. De nobele wilde is een mythe, een troost voor mensen die de natuur nooit van dichtbij hebben meegemaakt. De echte natuur is niet nobel. De echte natuur is efficiënt. Ze maakt geen onderscheid tussen een overtuigd activist en een schaap.

Sprookjes zijn geen kinderpraatjes, maar gecomprimeerde ervaring. Zwaarbevochten lessen over gevaar en verleiding. Roodkapje waarschuwt niet voor de wolf omdat hij slecht is, maar omdat hij een wolf is.

Wij hebben dat geweten. Wij zijn het alleen op tijd vergeten.


De wolf sluipt door het bos. Mijn bewoners dromen achter hun gevel van een natuur die klopt, die heel is, die bewijst dat er nog iets buiten henzelf bestaat. En ergens daartussenin, in de ruimte tussen het sprookje en de werkelijkheid, tussen de idylle en het opengescheurde schaap, vraagt niemand wat de wolf ervan vindt.

Hij weet het zelf ook niet. Hij is gewoon honger.

— Amsterdam

Terug naar het blog →

Hoor het ook eens van een ander...

Wolven in AmsterdamPartij voor de Dieren Amsterdam vindt wolf verrijking voor de hoofdstadDe eeuwige slechterik wint terrein: vroeg of laat zal de wolf ook Amsterdam bezoekenLam en wolf