Praatprogramma
Zuchtend worstelt hij zich in het goedkope polyester overhemd dat zijn vrouw die middag nog haastig voor hem kocht. Zodra de stugge stof over zijn zwaar behaarde rug glijdt, voelt hij de onmiddellijke kou van klamme zweetvlekken. Terwijl zijn driftig trillende vingers de knoopjes één voor één door veel te strakke knoopsgaten dwingen, ontsnapt uit de diepe huidplooien van zijn oksels een walm waar geen enkele god tegen bestand is. Dit kledingstuk zal lang na zijn dood elke vorm van biologische afbraak moeiteloos trotseren: een bedroevende erfenis, ondergeschikt aan zijn dwingende drang tot gelding.
Met samengeknepen ogen, starend naar zijn spiegelbeeld, hijst hij zich vervolgens in zijn broek. Hij zuigt zijn buik in, ritst en forceert alles dicht. De rand knelt onmiddellijk zo strak om zijn middel dat het zijn metabolisme direct lijkt te beïnvloeden. Hij kocht deze broek in een tijd dat zijn corpulentie minder problematisch was, maar óók toen al een maat te klein, uit pure ijdelheid. Misschien ooit ingegeven door de valse hoop dat het stagnerende uitdijingsproces vanzelf nog te stoppen was.
Zijn overbodige reminder, ruim voor de benodigde reistijd ingesteld, loeit door het rijtjeshuis in de Vinex-wijk als een luchtalarm. Het zorgt voor nog meer spanning in een toch al geladen sfeer. Het verstandshuwelijk dat kort na aanvang al elke vorm van genegenheid verloor, wordt opnieuw op de proef gesteld. Zelfs de buren, met wie ze de kap delen, zijn tot in detail op de hoogte van wat zich binnenshuis afspeelt. Maar verder dan een begrijpend knikje richting de buurvrouw komt het niet.
De auto is eigenlijk een maat te groot, een stuk compensatie voor het wat kleine postuur van de bestuurder. De kleur daarentegen lijkt een poging om in de massa te verdwijnen.
Voor de zoveelste keer controleert hij het adres van de studio in mijn binnenstad. De spanning begint zich fysiek te manifesteren: ongecontroleerde tics, en af en toe een plotselinge snak naar adem, simpelweg omdat hij door zijn gierende zenuwen even volkomen vergeet in te ademen. Zodra hij dat beseft, slaat de paniek verder om zich heen. Gevangen in een mentale doodsspiraal zoekt hij afleiding in het nogmaals dwangmatig verstellen van zijn spiegels.
Hij start de auto. Zelfs dit automatisme voelt ongemakkelijk, alsof alles wat hij doet eerst gevalideerd moet worden. Een bijna buitenlichamelijke ervaring maakt zich van hem meester — alsof hij op de achterbank zit en over zijn eigen schouder meekijkt.
Alles onderweg irriteert hem. Het voelt als een complot tegen zijn roeping.
Even staat hij op het punt alsnog op te geven. Zijn kaken verkrampen, zijn ogen branden in een warm bad van zelfmedelijden. Maar zijn plichtsgevoel neemt het over. “Afspraak is afspraak,” herhaalt hij als een mantra.
Zijn optreden moet zijn hele leven een absolute betekenis gaan geven. Zijn bestaan op aarde, in deze tijd, één glorieus brandpunt. Een draaipunt van zijn entiteit.
De poortwachter, heerser over de rood-witte slagboom die de gast van zijn bestemming scheidt, kijkt verveeld toe terwijl de man in de auto met handen en voeten uitlegt dat hij een afspraak heeft — en dat het maatschappelijk belang van dit optreden werkelijk onmogelijk kan worden overschat. De beveiliger tilt zijn klembord traag naar het licht en bladert nóg eens tergend langzaam door de geprinte pagina’s.
Dan opent de poort zich. Tergend langzaam. In de ogen van onze gast duurt het een eeuwigheid.
Mensen in haastig gesprek flitsen aan alle kanten langs hem heen. Hij heeft het ontmaskerende gevoel dat ze ongezien dwars door hem heen lopen, alsof zijn bestaan niet is bewezen. De stijgende thermiek van geluid, de vloed aan stemmen en de schijnbaar chaotische choreografie laten hem verstijfd achter. Een bevroren konijn in felgrootlicht.
Bijna achteloos grijpt iemand hem bij de arm, direct nadat hij automatisch had geknikt toen de klank van zijn eigen naam viel.
Terwijl hij in de visagiestoel zit en verdwaasd naar zijn spiegelbeeld staart, praten studiomedewerkers op hem in, en over hem, direct achter zijn rug. Iemand schudt resoluut het hoofd terwijl ze hem via de spiegel aankijkt en verlaat de kamer. Haar gesprekspartner spreekt hem nog wat sussende woorden toe, al klinkt er pure zorg door in haar stem — alsof ze nog het meest zichzelf probeert te overtuigen.
De dikke, zoete chemische lucht brengt herinneringen terug aan de periode vóór zijn huwelijk. Vóór zijn vrouw.
Het felle, warme licht van de lamp die op hem gericht staat rukt hem abrupt uit zijn gedachten. Dezelfde snel pratende stemmen om hem heen, maar hij kan nauwelijks iets onderscheiden. Alleen silhouetten en wazige vormen.
Hij klampt zich vast aan de tafel voor hem als een rots in een snelstromende rivier.
Als een buikspreekpop beantwoordt hij de ingestudeerde vragen, gevangen in een schichtige vecht-of-vluchtreflex.
Dan dringt het tot hem door. Waar ben ik? Wat doe ik hier? Waarom ben ik hier?
Zijn hand klemt zich nog steviger om de tafelrand. Zijn ogen rollen ongecontroleerd in hun kassen. Hij staat op het punt te bezwijken.
Dan dooft het licht.
De straling van halogeen verdwijnt. Een hand in zijn rug begeleidt hem de set af. Hij laat een grillige zweetvlek achter op het zwarte kunstleer van zijn studiostoel.
Buiten voelt hij de wind door de natte plekken in zijn kleding waaien wanneer een koele vlaag over de parkeerplaats strijkt. Langzaam vindt hij zichzelf weer terug. Zijn beproeving is voorbij. Zijn taak is volbracht.
Hij zweeft bijna van opluchting, alsof de zwaartekracht tijdens de uitzending tijdelijk was opgeheven. In de nasleep van een hallucinante roes opent hij het linkerportier en kronkelt zich als een heremietkreeft in de bestuurdersstoel.
Terwijl hij dezelfde route naar huis rijdt, wordt het hem te veel. Zijn verlangen naar de geborgenheid van zijn kleine bestaan is zo groot dat hij volloopt.
De koplampen van tegenliggers lijken apocalyptische kometen die hem ternauwernood missen. Het suizen van rubber over asfalt klinkt als de soundtrack van een episch avontuur.
Die avond staart hij naar zijn evenbeeld in het blauwe televisielicht.
Zijn lippen vormen geluidloos de vooraf ingestudeerde zinnen, exact synchroon met zijn personage op de buis. De nasynchronisatie is feilloos.
Alleen de leegte blijft achter.
— Amsterdam
Terug naar het blog →