Stadsfietsen
Ofan Ayim – fietsenmaker in Amsterdam-West
In een donkere hoek van Amsterdam-West heeft Ofan Ayim zijn fietsenwinkel. Reparatie en verkoop, in het hol van de leeuw – zoals hij het zelf noemt.
“Net als bij huisdieren,” zegt Ofan, “vertellen fietsen alles over hun berijder.” En steeds vaker rolt er weer zo’n stuk elektrische troep zijn winkel binnen: in elkaar geplakt, wegwerpartikelen, niet ontworpen om gerepareerd te worden. Dingen met een stekker en een doodswens.
“Vroeger had ik hier speciale fietsen,” vertelt hij. “Voor mensen die echt moeite hadden met fietsen: extra dikke banden, een enorm ergonomisch zadel, een overdreven dik frame zodat die fiets tegen een stootje kon.” Diezelfde fietsen zijn nu zwart gespoten en worden tegenwoordig vooral gebruikt door kinderen zonder fysieke beperking. Mentaal laat hij even in het midden.
“Het zijn welvaartsziektes op twee wielen,” zegt Ofan. “Net als overgewicht. Vandaar waarschijnlijk ook de naam.”
Maar de echte fietspadterreur wordt aangevoerd door de bakfietsen. Kinderzitjes op zelf trappen zijn volledig uit het straatbeeld verdwenen. In plaats daarvan schieten doodkisten op wielen over te smalle fietspaden en drukken alles en iedereen aan de kant.
“Laat ik beginnen met de Urban Asshole,” zegt Ofan. “De godfather van de bakfietsmaffia. Straatterreur op twee wielen.” Een piepschuim visafslagbak gevat in een hol frame: een doortrapte doodval. Dan heb je ook nog de Bamboom Break Bike: een opgevoerde zeepkist, een fatalistisch vehikel dat spontaan in tweeën breekt zodra je hem vol laadt. En dan bedoel ik: vol geladen, vol met kleine kinderen.
Helemaal en vogue is de Fop Superior, de verdwijntruckfiets. Via een terugroepactie-goocheltruc verdwijnt dit geval in de grote hoed om nooit meer te verschijnen. Arme kinderen, voor altijd gestrand op het schoolplein.
Ondertussen rijden jonge, gezonde stadsbewoners op hun e-bike naar de sportschool. Zonder ondersteuning krijgen ze de trappers amper rond. Hun leven staat permanent onder stroom: batterijen, kabels, oplichtende schermen. Ze laten een bloedspoor achter dat terugleidt naar koboldmijnen, slavenarbeid en kinderhanden.
“Een pyromanedroom op wielen,” besluit Ofan.