Het litteken van de stad

Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken.

Een brief aan Rea over de herinnering.

Amsterdam

Lieve Rea,

Vandaag voelt mijn lichaam alsof iemand een oud litteken heeft opengereten. Een wond waarvan ik dacht dat hij eindelijk dicht mocht blijven, al droeg ik hem altijd bij me. Maar nu klopt hij weer, brandend en rauw, alsof de herinnering zelf ontstoken is geraakt. Jij kende dat gevoel, het herkennen van gevaar nog voordat iemand het durfde uit te spreken.

Ik hoor woorden in mijn straten die ik dacht voorgoed te hebben begraven. Niet dezelfde woorden, niet in dezelfde toon, maar ze dragen dezelfde koude onderlaag, hetzelfde sidderen dat jij en zovelen met jou ooit hebben gevoeld. En hoe ouder ik word, hoe sneller ik ze herken. Alsof mijn stenen zelf fluisteren: pas op, dit hebben we eerder meegemaakt.

Mijn Joodse hart dat eeuwenlang werd gevoed door gebeden, markten, muziek, boeken en gezinnen die hier hun toekomst dachten te vinden slaat onregelmatig. Ik voel de angst van de families die nog steeds in mijn wijken wonen, de spanning in hun schouders, de manier waarop ze om zich heen kijken wanneer de avond valt. Het doet me pijn dat ze dat gevoel opnieuw moeten leren kennen. Ik had gehoopt dat ze dat nooit meer hoefden.

Ik ruik weer de geur van angst, Rea. Niet dezelfde als in jouw tijd, maar verwant eraan, als een donkere wolk die zich langzaam uitbreidt. Het begint met fluisteringen, dan kreten, dan daden. Het sluipt door mijn straten zoals mist over het IJ: eerst zacht, dan dwingend, en ineens staat iedereen erin.

Soms denk ik dat ik het ben die faalt. Dat ik, de stad die jou verloor, de stad die zoveel Joodse stemmen in haar muren draagt, niet genoeg geleerd heb van wat er is gebeurd. Ik probeer moedig te zijn, maar elke dag voel ik de druk toenemen. Alsof mijn fundamenten opnieuw getest worden op stevigheid. Alsof de geschiedenis mij aankijkt en vraagt: Heb je het werkelijk begrepen? Zal je dit opnieuw laten gebeuren?

En toch brandt er iets in mij. Een klein, koppig vuur, misschien wel het overblijfsel van al die kaarsen die hier generaties lang zijn aangestoken. Het weigert te doven, hoe hard de wind ook waait. Het zegt me dat ik mag confronteren, dat ik mag zeggen dat het pijn doet, dat het onaanvaardbaar is dat oude angst nieuwe vormen vindt.

Lieve Rea, het is alsof jouw stem nog door mijn straten dwaalt. Ze herinnert me eraan dat mensen niet moeten wachten tot het te laat is. Dat stilte soms gevaarlijker is dan geschreeuw. Dat hoop geen zwakte is, maar een vorm van verzet.

Ik voel de oude wond opnieuw, maar ik schrijf dit op omdat ik niet wil dat hij weer ettert zonder dat iemand het merkt. Misschien is dat mijn manier om wakker te blijven, om niet opnieuw te vergeten wat nooit vergeten mag worden.

In pijn, maar ook in vastberadenheid, Amsterdam

Anne Frank Razzia