Luchtkastelen en windhandel
Vanmiddag keek ik naar de wolken die boven mij voorbijtrokken. Niet de haastige exemplaren die door een westenwind worden voortgeduwd, maar de trage, hoge wolken die zich niets aantrekken van grenzen, staten of bestemmingen. Ze herinnerden mij aan Ramses Shaffy, die Sammy bezong en hem opdroeg omhoog te kijken, omdat daar altijd iets te zien is, zelfs wanneer de wereld beneden teleurstelt. Daarna dacht ik aan Joni Mitchell, die de wolken van beide kanten had bekeken en moest erkennen dat zij er uiteindelijk weinig van begreep.
Ik ben al eeuwen een stad en heb geleerd dat sommige dingen zich niet laten begrijpen, slechts beschouwen.
Mijn naam reist de wereld rond. Hij staat op vertrekborden, in reisgidsen, op koffers en in gesprekken tussen mensen die elkaar nog nooit hebben ontmoet. Velen komen mij bezoeken en vertellen bij thuiskomst dat zij mij hebben gezien. Toch ben ik degene die nooit ergens komt. Ik heb geen horizon om naartoe te lopen, geen verre oorden om te ontdekken en geen andere steden om me mee te vergelijken. Ik sta waar ik altijd heb gestaan en zal vermoedelijk blijven staan wanneer de meesten die mij vandaag bewonen alweer verdwenen zijn.
Misschien is dat wel mijn bestemming; niet zelf de wereld zien, maar een plek zijn waar anderen hun wereld vinden.
Een thuis is immers geen toevallige verzameling stenen, straten en gebouwen, maar een stilzwijgende belofte dat iemand ergens toe mag behoren. Een stad die haar bewoners die belofte kan geven, vervult haar hoogste taak. Niet door zichzelf grootser voor te doen dan zij is, maar door nabij te blijven.
Juist daarom erger ik mij steeds vaker aan degenen die zeggen namens mij te spreken. Mijn gemeentebestuur gedraagt zich alsof het een ministerie van Buitenlandse Zaken is geworden. In mijn naam worden verre conflicten becommentarieerd, internationale standpunten ingenomen en morele verklaringen afgegeven, alsof mijn straten een diplomatiek podium zijn geworden en mijn inwoners figuranten in een wereldtoneelstuk dat zij nooit hebben opgevoerd.
Ondertussen raken de stoepen beschadigd, worden mijn buurten onverschilliger beheerd en voelen bewoners zich steeds vaker tweederangsburgers in hun eigen stad. Hun zorgen moeten wachten, want elders op de wereld zou de symbolische strijd belangrijker zijn. Het is een merkwaardige vorm van engagement die vooral bestaat uit het uitdragen van deugdzaamheid, zolang iemand anders de prijs betaalt.
Ik heb niets tegen de wereld. Integendeel, ik ben altijd een stad van handelaren, reizigers en nieuwkomers geweest. Maar juist daarom weet ik dat je pas werkelijk iets voor de wereld kunt betekenen wanneer je eerst goed zorgt voor de plek die mensen hun thuis noemen.
De wolken weten dat al eeuwen. Zij trekken voorbij zonder de pretentie de aarde te besturen en laten zich door niemand toe-eigenen. Misschien zouden mijn bestuurders wat vaker omhoog moeten kijken.
Sammy begreep dat al.
Terug naar het blog → Over IDF →