Interview met Amsterdam

Vragen(v)uurtje

Amsterdam

Wat is je mooiste herinnering?

Ik denk met enige weemoed terug aan mijn prille jeugd, als kleine vissersnederzetting. De Dam was toen niet meer dan een brug die beide oevers verbond. En natuurlijk denk ik aan mijn Gouden Eeuw: de tijd van grachtenpanden en grote meesters, van levendige handel en dynamiek, toen iedereen naar mij toe kwam om mee te delen in de welvaart. Exorbitante pracht en praal, al wist ik toen al dat ook dit weer voorbij zou gaan.

Wat is je slechtste herinnering?

Ik heb veel rampen meegemaakt. Bij de stadsbrand van 1421 ging een derde van de stad verloren, en op 25 mei 1452 legde een vuurzee zelfs zo’n twee derde in de as. Denk ook aan de brand in de Schouwburg van 1772. De Tweede Wereldoorlog, waarbij zeker 70.000 van mijn Joodse bewoners werden vermoord. En de watersnood in Tuindorp Oostzaan in 1960. Het vliegtuigongeluk in de Bijlermeer in 1992 heeft ook een litteken achtergelaten. Maar ook de rode haatmars van 2024 door mijn straten geeft me nog altijd een gevoel van walging en afkeer. Zeker omdat er zo weinig weerstand tegen was, en het tot op de dag van vandaag door velen wordt vergoelijkt.

Waarom staan Joden centraal in veel van je berichten?

De Joden hebben een heel bijzondere plaats in mijn hart. Mokum en andere woorden uit het Jiddisch zijn vaste onderdelen van mijn vocabulaire geworden. Ik ontving ze toen ze in grote getale voor het antisemitisme in Spanje moesten vluchten. Maar ik heb ze ook zien verraden worden, in de oorlogsjaren. Voor mij zijn ze de kanarie in de kolenmijn, de graadmeter van mijn gesteldheid. En zoals het er nu voor staat, gaat het zeer slecht met die gesteldheid.

Je bent wereldberoemd, mensen komen van over de hele wereld om je te bezoeken. Wat denk je daarvan?

Het is moeilijk mezelf te vergelijken met wereldsteden met vele miljoenen inwoners, of met steden met een duizenden jaren oude geschiedenis. Ik denk vaak dat wat mij mijn naam en reputatie heeft gegeven, weinig meer is dan façades; de mentaliteit die mij groot maakte, is verdwenen. Ik ben een soort levende geschiedenis geworden. Maar op een andere manier verbinden mensen mij nog altijd met een gevoel van vrijheid, met een gezellige chaos. Alles kleinschalig en overzichtelijk. Ik zou willen dat mensen voor mij kwamen omdat ik ze echt iets te bieden heb, niet omdat ik een decor ben.

Wat is je favoriete plek?

Veel plekken zijn met de beste bedoelingen bedacht achter een tekentafel, met een ideaal of een liniaal: sociaal-wenselijk groen, een bedrijventerrein op een A-locatie, een bedachte broedplaats. Mijn favoriete plekken zijn niet bedacht, maar ontstaan. Een verlaten grasveldje dat een plek wordt waar kinderen avonturen beleven. Een hoekje naast een drukke weg waar je toch nog een barbecue mag aansteken.

Wie was je beste burgemeester, en de slechtste, al ken ik het antwoord daarop eigenlijk al?

Ik heb vele burgemeesters gehad, met uiteenlopende intenties. De een trots, de ander pragmatisch, weer anderen puur decoratief. Het is in de praktijk vaak een ceremoniële functie, maar tegelijker tijd vertegenwoordigen ze mij, ze zijn mijn gezicht. En de politiek, mijn bestuurders, is steeds bepalender geworden voor hoe ik gezien word. Beslissingen worden vaak genomen door een klein groepje dat mij ziet als maakbaar organisme, als etalage voor prestigieuze ideeën en idealen, waarmee zo’n burgemeester dan zelf probeert te profileren. Het resultaat is dat ik er steeds minder uitzie zoals ik eruit wil zien. Ik mis de durf om iets te laten ontstaan dat niet bedacht is. Ik ben liever een voorbeeld van waartoe menselijke vindingrijkheid en creativiteit toe in staat is. Mijn beste burgemeesters hadden deze houding: vraag niet wat de stad voor mij kan doen, maar wat ík voor de stad kan doen. Helaas valt mijn huidige burgemeester niet in die categorie.

Je hebt een hoop grote mensen gekend. Wie was je favoriet?

Ik wil niet aan name-dropping doen, maar ik mag inderdaad best trots zijn op een aantal van mijn bekende bewoners. Een barmhartige arts (Samuel Sarphati), een van ’s werelds beste voetballers (Johan Cruijff), de bekendste schilder (Rembrandt van Rijn), of dé rationele vrijheidsdenker (Baruch Spinoza). Of een klein meisje, verstopt achter een geheime draaikast in een achterhuis, dat openhartig haar gedachten en gevoelens met de hele wereld deelde voordat ze werd vermoord door het mechanisme van haat. Ze zijn voor altijd aan mij verbonden, en ik kan alleen hopen dat ik een kleine bijdrage heb geleverd aan hun leven, door een stad te zijn waarin ze tot grote bloei konden komen.

Heb je tot slot nog iets dat je kwijt wil?

Ik kan mijn bewoners niet vertellen hoe ze hun leven moeten leiden, wat ze wel en niet moeten doen. Ik ben niet meer dan een geografische plek met een naam, maar ook een vorm van identificatie. Ieder heeft zijn eigen mening, ideeën, gedachten en gedrag. Maar sta af en toe eens stil bij het feit dat er ook iets is dat jullie verenigt. Iets waar je trots op kunt zijn. Iets dat onderdeel is van je identiteit, iets dat je deelt met je buren en andere bewoners. Kortom: jullie zijn allemaal mijn Amsterdammers. En daar mag je trots op zijn.

Terug naar het blog →Over IDF →

Hoor het ook eens van een ander...

Geschiedenis van AmsterdamGrote branden in AmsterdamGeschiedenis van de Joden in Amsterdam