Goddeloze gelovigen
Op 27 oktober 1275 verleende graaf Floris V van Holland tolvrijheid aan mijn bewoners rond de dam in de Amstel, ‘homines manentes apud Amestelledamme’. Sindse 1914 regeert links mijn straten. Met één enkele onderbreking, maar inclusief de oorlog. Een bedenkelijke erfenis, maar het was tenminste nog links.
Maar dit is niet het links van vroeger. Geen havenstakers, geen vakbonden, geen DDR-sympathisanten die de NAVO wilden afschaffen, al was dat op zichzelf ook al spectaculair genoeg. Dit is iets nieuws. Iets zachter in vorm, harder in overtuiging. Een links dat de klassenstrijd inwisselde voor een identiteitsstrijd, en de kapitalisten verving door blanke mannen.
Zichzelf noemen ze progressief. Ik noem het iets anders: het grote geweten met het nog grotere ego.
Het geweten als motor
De opmerkelijkste eigenschap van dit nieuwe links is niet zijn stellingname, maar zijn gedrevenheid. Niet berekenend, niet strategisch, maar diep overtuigd. Gelovig, bijna. De mars door de instituties heeft in Amsterdam alles veroverd: gemeenteraad, rechtbanken, subsidiecommissies, ambtenarenapparaten. Niet door bedrog. Door vastberadenheid.
En door angst.
Angst om voor rechts te worden uitgemaakt. Angst om buiten de cirkel van het geweten te vallen. Niet omdat ze het eens zijn, maar omdat ze als de dood zijn voor het label dat dan volgt.
Zo schuift het venster steeds verder op.
Wat gisteren gek was, is vandaag beleid.
En morgen moet er iets gekkers bij.
Ondertussen hoeft de oppositie geen campagne te voeren. Het feit dat links zichzelf zo nadrukkelijk etaleert — kijk wat wij hier allemaal voor plannen hebben — is voor de helft van het land allang reden genoeg om te denken: daar moet ik in ieder geval niet zijn.
Dat halve land noemt zichzelf inmiddels rechts. Of liever: anti-links.
De geografie van de overtuiging
Ik begrijp wel waarom het hier zo diep geworteld zit. Ik ken mijn eigen demografie.
Twee universiteiten. Twee hogescholen. Een diensteneconomie die zijn eigen kennis aantrekt en arbeiders uitstoot. De arbeiders zijn al lang vertrokken naar de randgemeenten. De middenklasse volgde zodra de eerste kinderen kwamen en de tweede slaapkamer werd gewenst. In hun plaats kwamen woke-studenten, zelfhulpcoaches, sociaal werkers, verdwaalde intellectuelen, expats en de oudere generatie gastarbeiders die hier bleef en overwegend sociaal-democratisch stemt.
Wat overbleef is een stad voor twee soorten mensen: zij die weinig hebben en zij die heel veel hebben. Alles wat ertussenin zit vindt hier geen woning meer: te rijk voor sociaal, te arm voor de vrije sector.
Dat is geen toeval. Er heeft een tijdlang zelfs de ideologie bestaan dat Amsterdam een verheffingstrap is: mensen komen hier, worden verheven, en vertrekken dan weer naar elders. Een permanente vernieuwing van de bevolking. Dat klinkt als stadsontwikkeling. Het is vooral een demografisch voorkeursbeleid.
Zolang veertig procent van de woningvoorraad sociale huur is, blijft het electorale landschap stabiel. Wie een sociale huurwoning heeft, geeft die niet op. En wie die niet opgeeft, stemt niet op de partij die hem wil afnemen.
Marketing met belastinggeld
Ik ben aandeelhouder van Schiphol. Voor twintig procent, wat neerkomt op miljarden. En toch roept mijn eigen linkse meerderheid dat Schiphol moet krimpen.
Denk daar even over na.
Als u aandeelhouder bent van een bedrijf ter waarde van miljarden, en u roept dat het kleiner moet, dan bent u of niet goed bij uw hoofd, of u denkt helemaal niet na over het geld. In dit geval is het het tweede.
Verkoop dan die aandelen. Stop het geld in een groeifonds. Investeer in infrastructuur, in het stroomnet, in Haven-Stad. Dát is bouwen aan een stad. Maar nee. Want Schiphol-krimp klinkt zoveel beter op een campagneflyer.
Dat is het systeem. Persbericht als beleid. Fondsje als daad.
Er is een klimaatfonds. Na zeven jaar vergaderen is er maar een fractie van het geld besteed. De rest staat op de plank, maar er zijn inmiddels wel de nodige persberichten over verstuurd.
Dit college bestuurt geen stad. Het runt een marketingbureau met belastinggeld.
De ovens draaien op Romes afval
Dan de afvalverbrander.
Ik heb hem zelf zien verrijzen. Ik heb de beloften gehoord: nascheiding, circulariteit, een slimme toekomst. Wat ik in werkelijkheid heb gezien: een oven die geen paperclip van een papieren wikkel kon onderscheiden. Overcapaciteit. Een contract met de gemeente Rome, want de eigen stad levert niet genoeg afval om de ovens rendabel te laten roken.
Mijn Houthaven verwarmt zich op Italiaans vuil.
En binnenkort moeten we de CO2-uitstoot daarvan gaan afvangen.
Van afval uit Rome.
U kunt het zo gek niet bedenken of het wordt hier beleid.
Het is niet typisch Amsterdams om een doodlopende weg in te slaan. Maar het is wél typisch Amsterdams om, als je die weg eenmaal bent ingeslagen, koppig te blijven doorlopen.
Van het gas af
De Van der Pekbuurt wilde van het gas af. De gemeente beloofde dat het niet duurder zou worden.
Het werd wél duurder.
De gemeente subsidieert nu de hogere energierekening, want de belofte moest worden nagekomen. Zodat het lijkt alsof de belofte klopt, terwijl bewoners die het restbedrag overmaken dondersgoed weten dat het een leugen is.
In de tussentijd zijn er windmolens gepland. Zeventien stuks. Op daken en plekken waar niemand ze wil. Op plekken waar ze af en toe stilgezet moeten worden omdat ze anders te veel herrie maken.
Een windturbine die je stilzet omdat hij te veel wind vangt.
Er is geen econoom die u dat kan uitleggen. Maar er hoeft ook geen econoom bij. Het gaat louter om de symboliek. Het gaat erom dat ze zichtbaar zijn. Het móét een beetje pijn doen, want wij hebben gezondigd. De verbranding moet boetedoening worden.
Postcalvinisme. Zonder kerk, maar mét subsidieregeling.
Stek-Oost
Dan het experiment in Stek-Oost. Statushouders en studenten, gezellig samen onder één dak. Amsterdam, het voorbeeldige utopia.
Het liep faliekant mis. Intimidatie. Aanranding. Verkrachting.
Dat het mis kon lopen, was volstrekt voorspelbaar. Niet omdat statushouders per definitie gevaarlijk zijn, maar omdat getraumatiseerde mensen uit hevig patriarchale culturen intensieve begeleiding nodig hebben in een nieuwe omgeving. Dat is wetenschappelijk onderbouwd. Dat is geen radicaal standpunt. Dat is realiteitszin.
Wat volgde in de gemeenteraad was een debat. In dat hele debat werd het woord ‘piemel’ meerdere malen gebruikt, tot luidruchtige hilariteit van de zaal.
Terwijl het onderwerp aanranding was.
Ik heb in vier eeuwen ontzettend veel gezien in mijn raadszalen. Maar dit trof mij.
Het multiculturele experiment was voor de fracties blijkbaar van zó’n existentiëel belang dat de rauwe ernst van het falen er niet doorheen mocht breken. De slachtoffers moesten wijken voor het behoud van het ideaal. En de avond eindigde in cynisch gegiechel.
Femke en de kloof
Mijn burgemeester heeft momenteel een gemiddeld rapportcijfer van 5,5.
Dat is exact het gemiddelde tussen de mensen die haar een negen geven en de mensen die haar een één geven. Ze is een burgemeester van de uitersten. Ze is de burgemeester van de kloof. En een burgemeester van de kloof is feitelijk geen burgemeester.
Haar taak is nochtans duidelijk omschreven in de gemeentewet: openbare orde en veiligheid, en het onderhouden van de relaties met de andere overheden. Lobbyen in Den Haag. Bruggen bouwen.
Maar wat ze in werkelijkheid doet? Oppositie voeren tegen het kabinet. Naar Budapest afreizen voor de plaatselijke Pride, in volle werktijd. Misplaatste internationale standpunten innemen over Gaza, Trump en de grensconflicten in de wereld.
Terwijl in mijn eigen stadsdelen homoseksuelen en Joden niet langer veilig over straat kunnen.
Maar onze burgemeester schiet liever een foto in Hongarije.
Het gaat immers niet om de homo’s. Het gaat om de eigen manifestatie.
Ze is niet de algemene burgemeester van Amsterdam. Ze is het uithangbord van GroenLinks. Ze bestijgt de troon als de absolute koningin van links. En ze gelooft vast en zeker — en dat is toch het meest tragische van dit alles — dat beide functies exact hetzelfde behelzen.
Gelovigen zonder God
Ik schrijf dit zonder haat.
De mensen die hier achter de knoppen zitten, zijn in de kern geen slechte mensen. Integendeel. Ze hebben werkelijk de allerbeste bedoelingen. Ze geloven — en dat woord weeg ik zorgvuldig — dat deze waanzin de juiste koers is. Dat de temperatuur daalt door windmolens in de bebouwde kom te zetten, dat dwang diversiteit brengt, en dat iedere vorm van kritiek onvergeeflijk verraad is aan het heersende geweten.
In een stad die zich zo hardnekkig op de borst klopt om haar vrijzinnigheid, is dogmatisch religieus denken de nieuwe norm geworden.
Gelovigen zonder God.
En laat me je vertellen: dat zijn veruit de gevaarlijkste.
Want de allerslechtste en meest ontwrichtende ideeën ontstaan vrijwel uitsluitend uit de állerbeste bedoelingen.
Dat weten we best. Dat hebben we door de eeuwen heen altijd geweten.
We vergeten het onszelf alleen steeds weer op tijd te herinneren.
— Amsterdam
P.s deze post is geïnspireerd door een interview met Kevin Kreuger door Siep Wynia op wyniasweek.nl.
Terug naar het blog →